land van inkt.nl

     

 

Sietse Brouwer, schrijver



 

Hoe een verhaal ontstaat

Houden schrijvers van tsoenami's?

Haalt het verhaal 2036?

Als een nieuwsredactie zich waagt aan fictie

In de prijzen bij festival Utrecht over Utrecht

Stencilmachine van eigenbeleving

 

Brouwer in Beeld

Het vrije oog

wegbeeld.nl

 

 

Een droge uitvaart

ZIJ

Ik heb al jaren niet meer gehuild.

HIJ

Dat hou je bij?

ZIJ

Ik kan niet meer huilen. De laatste keer dat ik tranen had, was toen ik de slappe lach had, drie maanden geleden.

HIJ

Dan gaan er te weinig mensen in je omgeving dood. Je zult zien: als ik vandaag doodga, sta je te grienen als een sinaasappel die wordt uitgeperst.

ZIJ

Jij gaat niet dood.

HIJ

Ik heb een moedervlek hier bij mijn slaap. Die zat er eerst niet. Het kan zomaar een vinkje van Magere Hein zijn.

ZIJ

Als jij doodgaat, zal ik zeker niet huilen.

HIJ

Een droge uitvaart.

ZIJ

Wij worden zo oud dat onze onderbroeken langer zijn dan onze ingeklonken benen. Ik duw je rolstoel de boot op als we een tochtje willen maken over de Rijn � oudjes willen heus wel meer zien dan alleen hun herinneringen. Maar we rollen de plank weer af, ik heb geen kracht meer in mijn armen. Vroeger wel, toen was ik potig, toen had ik je zo als een kist bananen aan boord kunnen gooien. We blijven achter op de kade terwijl de grijze knotjes en het manshoge plastic schaakspel op het bovendek wegdobberen over de rivier. 'Gaan we al dood?' vraag jij. 'Nee,' zeg ik, 'nog lang niet. Ik duw je eerst nog naar huis.' 'En als ik nu dood wil?' vraag jij. 'Dat gaat niet,' zeg ik, 'daarvoor heb ik te weinig kracht meer in mijn handen.'

En als je dan doodgaat uiteindelijk, gewoon, in je leunstoel, terwijl je je antieke horloge opwindt, dan denk ik dat ik eerst een boterhammetje eet, omdat het ��n uur is en we altijd om ��n uur eten. Halverwege die boterham kan ik ineens niet meer kauwen, ik kijk alleen maar naar mijn bord, waar het plakje kaas begint te zweten. Dan sta ik op en merk ik dat ik niet meer kan lopen. Ik kan ook niet meer knipperen met mijn ogen, ik kan alleen nog maar staren als een moedervlek. Gunst, denk ik nog in een moment van bewegelijkheid, ik kan zo naar Madam Tussauds, als de hulp binnenkomt, die het nodige heeft meegemaakt, maar toch schrikt als ze het lopende horloge ziet in jouw stille handen.

Ik denk dat er daarna niets meer is. Geen Rijn, geen ��n uur, geen plastic paarden op een zwart veld. Ik zou niet weten hoe ik dan aan tranen moest komen.

HIJ

Droge witte wijn bij het condoleren.

ZIJ

Je horloge tikt nog steeds als je kist onder de grond ligt.

HIJ

En iedereen maar denken dat je al jaren niet meer van me houdt. Je doet zo onbewogen.

ZIJ

Daar betaal je zo'n uitvaartcentrum voor. Om te mogen verstijven.

HIJ

Ik heb je fantasie�n altijd gemogen.

ZIJ

Nu niet.

HIJ

Het schaakbord is groot. Misschien krijgen we vanavond slaande ruzie en zien we elkaar nooit meer. Je weet het niet.

ZIJ

Nee. Dat is waar.

HIJ

Ik ben nooit voor herhaling van zetten geweest.

ZIJ

Nee.

HIJ

Misschien dat je daarom graag zou willen huilen.

 

 

 

Voor meer dialoog tussen jouw verbeelding en de mijne, wees welkom in mijn land van inkt.